De afgelopen jaren heb ik  met allerlei mensen contact gehad over de boeken van Sarno en omgaan met RSI. Een paar van hen waren bereid om hun verhaal te delen op deze website. Je leest hier hun ervaringen.

Anna Woltz – journaliste en jeugdboekenschrijfster – column uit de Volkskrant:

Anderhalf jaar lang heb ik RSI gehad. En nu ben ik er vanaf. Niet door fysiotherapie, peperdure cursussen, matig computergebruik of een aangepaste werkplaats – hoewel ik dat allemaal geprobeerd heb. Eén boek heeft mij genezen. Het klinkt ongelooflijk – en voor mensen met RSI waarschijnlijk ook heel irritant, want zo makkelijk gáát het niet – maar lees
door. Dit moet iedereen weten. Familie en goede vrienden wisten dat ik RSI had, maar voor de rest van de wereld hield ik het stil. Ik wilde niet dat werkgevers zich zouden afvragen of ik een bepaalde deadline wel kon halen. En ik had absoluut geen behoefte aan het label dat je als RSI-patiënt krijgt opgeplakt; ik wilde geen stressgevoelige aansteller zijn die lijdt aan een modeverschijnsel.

Ik wist het vrij zeker: ik was niet gek. De pijn die ik voelde was echt niet psychisch. In mijn armen en schouders en rug had ik zoveel pijn dat ik er niet van kon slapen, dat ik nauwelijks een komkommer kon snijden of een plastic tasje met één boek erin kon dragen. Die pijn verbeeldde ik me niet.

Daar ben ik nog steeds zeker van. Maar de pijn is wel verdwenen – en dat komt allemaal door het lezen van één boek: The Mindbody Prescription van de Amerikaanse arts John Sarno. Toen mijn moeder aankwam met dit boek, kon ik haar een tijd lang wel vermoorden. Want ik doe niet aan geneeswijzen die niet erkend worden door alle artsen. En Sarno had het naar mijn zin veel te veel over de mind – terwijl ik toch echt gewoon fysieke pijn had.

Maar ik ben toch gaan lezen. Ik was de ideale skeptische proefpersoon. Ik geloofde nergens in. Maar nu geloof ik in Sarno’s theorie. Eén waarschuwing: laat je niet afschrikken door de enigszins Freudiaanse termen. Dat zou zonde zijn.

Sarno zegt dat mensen met RSI absoluut fysieke pijn hebben. Maar die pijn wordt niet veroorzaakt doordat er ook fysiek iets mis is met hun lichaam. Die pijn wordt veroorzaakt door hun brein en is een afleidingsmanoeuvre van de hersens. Elk mens heeft wel dingen waar hij of zij boos over is. Sommige mensen uiten die woede, andere mensen onderdrukken de woede. Alleen is het niet zo makkelijk om woede – soms ook angst – te onderdrukken. Dat onderdrukken gaat beter als er iets ánders is waar je al je aandacht op kunt focussen – bijvoorbeeld lichamelijke pijn.

Je onderbewuste besluit dus een fysieke pijn te creëren die afleidt van ingewikkelde en pijnlijke emoties, en die pijn wordt gecreëerd door de bloedtoevoer naar bijvoorbeeld de armen en handen te beperken. Gevolg: pijn (en kou – voor mij heel herkenbaar: ik had altijd koude handen).

Het geweldige nieuws is: herstel is in wezen simpel. Zodra je de afleidingsmanoeuvre doorziet, heeft hij geen zin meer. Erken de woede, en je bent genezen. Maar écht simpel is het natuurlijk niet. Mijn hersens hebben niet voor niks voor deze strategie gekozen: het is niet makkelijk om je woede en angsten volledig onder ogen te zien. (En dan heb ik het niet eens over trauma’s, maar gewone huis- tuin- en keukenwoede. Ook kleine woede kan RSI veroorzaken wanneer hij wordt onderdrukt.)

Als ik in bed lig ben ik nu in staat mijn koude voeten warm te maken door te bedenken waar ik boos over ben, en als ik voor de televisie zit en plotseling pijn opmerk (want die is er soms echt nog wel) dan hoef ik me alleen te realiseren: oja, ik kijk naar een soap waarin iemand kanker heeft, mijn beste vriendin heeft kanker en daar ben ik woedend over – en de pijn trekt weg. En daar zit ik dan: pijnvrij en woedend. Soms vraag ik me wel even af: heb ik niet liever lichamelijke pijn dan al die woede?

Toch is het een ongelooflijke opluchting om te weten dat ik niet de rest van mijn leven met pijn achter de computer hoef te zitten. Ik heb nu een keuze. En dat hebben andere RSI-ers dus ook. Lees het boek van John Sarno – en beslis of ik gek ben.

De ervaringen van Dianne, studente:

Het ontstaan van mijn RSI-klachten
Na 3,5 jaar RSI had ik van alles geprobeerd, reguliere en alternatieve therapieën, een speciale muis, een ander kussen, aanpassingen aan mijn werkplek en onderzoek in het ziekenhuis. Volgens de neuroloog had ik overprikkelde zenuwbanen en waren sommige mensen ‘hier nu eenmaal gevoeliger voor’. Na het lezen van de boeken van Sarno was ik echter binnen een paar maanden van mijn pijnklachten af!

Ik had op de middelbare school regelmatig last van een stijve nek en vastzittende schouders. Hiervoor kreeg ik Cesartherapie en daarna ging het een hele tijd goed. De klachten kwamen terug toen ik ging studeren. Een orthopeed stelde lichte scoliose (kromme rug) vast en gaf me het advies steunzooltjes te nemen en naar de Mensendiecktherapeut te gaan, omdat mijn houding verkeerd was. Ik ging zo op mijn houding letten dat ik voortdurend met mijn lichaam bezig was.

Na een drukke periode op school en een zondag van ’s ochtends tot ’s avonds laat achter de computer, werd ik die maandag wakker met pijn in allebei mijn armen. Ik schrok hiervan en deed het rustig aan. De dagen, weken die erop volgeden ging het soms een dag wat beter, maar de pijn werd steeds hardnekkiger.

Wat ik op internet las over RSI maakte me bang: hoe erg het kan worden, dat sommigen er nooit meer van af schenen te komen en allerlei adviezen over hoe je moet zitten, staan, bukken en tillen. De huisarts stuurde me door naar de fysiotherapeut. Dat gaf tijdelijke verlichting, maar werkte niet afdoende. Op een gegeven moment had ik pijn met typen, muizen, groenten snijden, tillen, schrijven met de hand, stofzuigen, squashen, mijn haar wassen of borstelen, kortom alles waar ik mijn handen of armen voor gebruikte. Ik vond het heel beangstigend en voelde me gehandicapt.

Grote veranderingen na het lezen van Dr Sarno
Toen ik in de zomer van 2008 op wandelvakantie ging, kreeg ik na een week dezelfde soort pijn in mijn benen dat mij erg veel zorgen baarde. Na uitgebreid onderzoek was er niets te vinden.

Gelukkig kreeg ik op dat moment het boek ‘The mindbody prescription’ van Dr. Sarno in handen. Ik las het, maar vond het moeilijk te aanvaarden. Was het zo simpel? Wat als het voor mij niet werkte? Ik was bang weer teleurgesteld te worden. Ik las ook de andere boeken van Sarno en ging op internet op zoek naar meer informatie. Dat mijn vriend het boek las en zei dat het écht over mij ging hielp me enorm. Beetje bij beetje kreeg ik er meer vertrouwen in dat er niets mis was met mijn lichaam, maar dat ik last had van TMS.

Het uiteindelijke verdwijnen van alle klachten heeft zo’n 3 maanden geduurd. Wat ik gedaan heb:
• Alle boeken gelezen, The mindbody presciption wel 3 keer;
• Ervaringsverhalen van anderen gelezen op internet;
• Veel geschreven over waar ik boos over was of onbewust boos over zou kunnen zijn, wat ik allemaal ‘moest’ van mezelf en wat spanning opleverde;
• Veel gepraat met mijn vriend over waarom juist ik last had van TMS;
• Zoals in de boeken staat: hardop tegen mezelf praten dat ik geen pijn hoefde te hebben, dat de computer veilig was om mee te werken, dat er zuurstofrijk bloed naar mijn nek, rug en armen kon stromen, dat alle lichamelijke activiteiten veilig was om te doen.

Dit hielp! Beetje bij beetje ging ik vooruit. Na 3 maanden had ik geen last meer van RSI, maar ik kreeg vaak hoofdpijn en ik sliep slecht. Een verplaatsing van de klachten die Sarno in zijn boek beschrijft, die ik doorhad en waar ik nu geen last meer van heb. Ik ging door met de technieken die ik toepaste.
Inmiddels ben ik 4 maanden ‘pijnvrij’. Af en toe voel ik weer iets opkomen. Op dat moment sta ik stil bij waar ik me druk over maak, waar ik boos over ben of wat me frustreert. Dit zorgt vrijwel altijd voor directe verlichting van mijn klachten.

Achteraf
In het begin ben ik ontzettend boos geweest op het feit dat ik pas na 3,5 jaar achter de echte reden van mijn klachten kwam. Dat geen enkele arts of therapeut ‘de werkelijke diagnose’ kon stellen. Ik kwam wel steeds dichter in de buurt, met name door haptonomie. Ik raakte er van overtuigd dat stress en perfectionisme een grote rol speelden, maar toch werd voornamelijk beweerd dat het lag aan een combinatie van stress, lichamelijke overbelasting, een slechte houding, een slechte rug en een dosis domme pech.

Sarno leerde mij inzien dat het in mijn geval ging om emotionele overbelasting die ik niet accepteerde en een andere weg zocht. De angst voor de pijn en fysiek minder kunnen, zorgden voor meer innerlijke spanning en zo belande ik in een negatieve spiraal.

Het hele proces gaf me inzicht in het feit dat ik gedurende mijn leven nooit boos ben geweest. Ik hield het altijd in om de lieve vrede te bewaren. Ook nu nog heb ik soms moeite met deze gevoelens te uiten, maar ik weet nu hoe belangrijk het is!

Het overgrote deel van mijn omgeving reageerde positief op mijn verhaal. Ik heb het boek van Sarno weggegeven en informatie doorgestuurd. Sommigen vonden het moeilijk dat het zo psychisch wordt benaderd. Dit vind het zelf nog steeds wonderlijk, terwijl ik het aan de andere kant inmiddels erg logisch vind.